No products in the cart.
9 november: Schickstal-tag
Dertig jaar geleden ging ik met mijn toenmalige vriend Jaap een weekje naar Berlijn. Op bezoek bij onze studiegenoot Thomas. We reisden in het tijdperk van voor het internet, van voor het mobieltje. We hadden niet eens een fototoestel.
Met de trein West-Duitsland uit om na scherpe controles en een tocht door voelbaar verboden gebied aan te komen op het vrije eiland Berlijn. Thomas zei bij aankomst: “Het rommelt hier. Doe voorzichtig”. We hingen de historisch en politiek geïnteresseerde toerist uit. We liepen zo dicht mogelijk langs de muur. Bezochten Checkpoint Charlie en het bijbehorend museum. We werden plaatsvervangend claustrofobisch van het idee om in de benzinetank van een Trabant de grens over te worden gesmokkeld.
Tot de vooravond van die bewuste 9 november. Thomas zei: “We blijven wakker. Er gaat vannacht iets gebeuren.”
Met zijn drieën gingen we de stad in.
Die nacht stonden we bovenop de muur. Recht voor de Brandenburger Tor. Veel militair vertoon aan de oostzijde. En wij maar zingen met zijn allen. We deelden met elkaar wijn, bier en wat er verder de muur werd opgesjord. We proostten eindeloos op de eenheid en de vrede. We wisten zeker dat we aan de start van een nieuw tijdperk stonden. Om ons heen werden met hamers en beitels de eerste relikwieën verzameld.
Om vijf uur ’s ochtends stonden we aan een grenspost. De Ossies kwamen een dagje kijken in het westen. Ze kregen 100 D-Mark en “wij” wachtten ze op en wezen ze de weg naar de Berlijnse Bijenkorf. Ik weet niet meer hoeveel ik er omhelsd heb en hartelijk welkom heb geheten in het vrije westen. In mijn herinnering stonden we er de hele dag, tot de eerste Ossies huiswaarts keerden. “Wir kommen nie wieder”, zei er een tegen mij, bekaf van al die westerse prikkels, die wij zo hoog in het vaandel hadden.
Het hoe-het-kon-dat-ik-nou-net-op-die-dag-daar-was onttrekt zich aan mijn bewustzijn. Ik was er gewoon.
Jaren later, tijdens mijn bestudering van het taoïsme, stuit ik op de leer van getallen.
9-11-1989. (1+9+8+9 =27; 2+7=9).
Negen staat voor het completeren van een cyclus of periode, elf voor eenheid en nieuw begin. Ik realiseer mij met een lichte verbijstering dat er nóg een 9-11, een “nine-eleven” een nieuw tijdperk heeft ingeluid. Ik lees over wat ik hogere-getallenkunde noem: in sommige landen is het een beroep om uit te rekenen wat de beste datum voor een contract, een feest of het oprichten van je bedrijf is. Ik grinnik om de anekdotes waarbij de getallen-kundige een perfect moment heeft uitgerekend, dat door een bizar voorval gemist wordt. Alsof het lot soms sterker is dan alle maakbaarheid bij elkaar.
Ik kan me niet voorstellen dat deze werkwijze in Duitsland eind jaren tachtig gangbaar is, maar mijn verbeelding neemt toch even een vlucht.
Stèl dat het wel zo is? Zou er dan een autoriteit hebben bedacht dat de muur het beste kon vallen op de datum, dat ook de Kristallnacht plaatsvond? Op de datum, dat Robert Blum (groot voorvechter van meer democratie en gender-gelijkheid in de 19e eeuw) werd geëxecuteerd? Op de datum dat de eerste poging van de NSDAP om de macht te grijpen mislukte?
Of had hij juist de dag ervoor of erna voorgesteld en was het lot sterker dan zijn voorstel?
En hebben de Duitsers dan geprobeerd zich aan de betekenis van die samenloop te onttrekken door de Dag van de Eenheid gewoon vast te stellen op 3 oktober, een datum waar geen enkel gedoe aan kleeft?
In 2018 krijgt mijn aanwezigheid bij dit historisch moment nog een verrassend vervolg.
Ik krijg een onbeheersbare drang om naar Berlijn te gaan en plan een stedentrip met manlief. Eenmaal daar voel ik me verloren. De eerste dag dwalen we wat doelloos rond.
De tweede dag staan de Bondsdag en Brandenburger Tor op het programma. Daar verheug ik me op. Al dagen speelt door mijn hoofd dat ik die vanuit precies dezelfde hoek wil zien als destijds. Ik heb er een niet goed te plaatsen voorgevoel bij.
Vlakbij waar de muur stond, precies vanuit de hoek, dat ik de Tor in mijn herinnering heb gegrift, zijn bankjes neergezet. Ik ga lekker zitten in een waterig zonnetje en geef mijn vreemde voorgevoel maar even de ruimte.
Plots hoor ik een vertrouwde stem. Ik noem het altijd oproepen van Moeder Aarde. Of ik (energetisch) op de muur wil gaan staan “to hold the space”. Ik geef altijd gehoor aan deze oproepen. Ik zie een cirkel van licht zo groot als de muur en neem mijn plek in. Onder mij zie een heftig bombardement, dat ik niet uit de geschiedenisboekjes herken. Ik houd me aan mijn opdracht op dat licht te bewaken en probeer niet na te denken over het geweld dat ik zie. Het is ongekend. Na een minuut of 10 ben ik al bekaf. Ik zet 1 oog op een kier en ontdek, dat er duizenden mensen die kring van licht bewaken. Veel van hen herken ik. Ik hoor de stem weer: “Niet kletsen, houd je bij je eigen werk.” Nog iets later kan ik echt niet meer en zeg ik dat ik mijn deel afsluit en erop vertrouw dat mijn plek wordt overgenomen.
Terug in de gewone wereld steek ik het plein over, onder de Brandenburger Tor door. Aan de andere kant, de vroegere oostkant, zit een grote kring mensen te mediteren voor vrede. In het midden van de kring staat een grote kaars “Für die Täter und die Öpfer.” Ik sluit me even bij hen aan.
’s Avonds zien we op het nieuws, dat de USA Syrië, het land waarvoor ik al zo veel (energetisch en fysiek) harmoniserend werk voor heb mogen doen, heeft gebombardeerd. Er zijn verrassend weinig slachtoffers gevallen.
Ik begrijp dit werk net zo min als het toeval met die data, maar ben dankbaar dat ik er mijn deel aan mag bijdragen.
9 november Schicktalstag
Een regenachtige dag, die uitnodigt om bij het haardvuur met een goed glas wijn stil te staan bij de kleine en grote momenten in het leven, die je toe-vallen of anderszins de logica of maakbaarheid voorbijgaan. En om te proosten op wat compleet is en ruimte geeft voor een nieuw begin.



