Op de drempel

We staan op de drempel van de Annakapel. Joost vertelt, dat tot eind jaren negentig het merendeel der Amsterdammers op deze grond geboren is. Als ik de ruimte in me opneem, voel ik al die geboortes. Voel ik hoe die kersverse leventjes en hun naasten de ruimte vullen met verwachting, met liefde, geluk, hoop, met toekomstige verhalen.

Ja, ook met nood, met barensnood en geestesnood, die wordt gestut met de levenslichtjes, die als een sterrentapijt onder de vloer van deze kapel liggen.

Ik zou hier uren kunnen staan.

We raken in gesprek. Over spiritualiteit en zorg. Over een onderzoek[1], waarin is vastgesteld, dat patiënten in hun genezingsproces aanwijsbaar baat hebben bij spiritualiteit. Over hoe hij met een toegewijd team naast mensen staat met uiteenlopend leed of zelfs een nog gevreesde dood. Over hoe voedend het is om te werken met een ruimdenkend bestuur. Over dat de levensbeschouwelijke achtergrond van zoveel medewerkers – in allerlei varianten, – voelbaar is. Hoorbaar. Zichtbaar. Over dat de geestelijke zorg geen trekkersrol vervult. En dáar blijft mijn aandacht even steken.

Ik zie de krantenkop weer voor me: “De zorgvraag móet naar beneden.” Ik hoor de hartstochtelijke pleidooien weer voor een preventieve levensstijl vol gezond voedsel en beweging. Waar sluit de geestelijke zorg dan aan? Het kan toch niet, dat die er alleen nog wordt bijgehaald om de hoogste nood te lenigen, als het leed al geschied is?

Terugdenkend aan het moment op die drempel, deel ik mijn gedachten over wat er in de grond achterblijft van het menselijk bestaan.

Gevoed door mijn kennis van de geomantie, die stoelt op de hypothese, dat we niet alleen fysieke sporen achterlaten, maar ook metafysische. Ferme lijnen, die kerken verbinden. Afgesproken lijnen, die landen verdelen. Splijtende lijnen, die de verbinding met een ongewenst verleden ontkennen. De lucht van slagvelden, van afgravingen, de versplinterde energie na een bombardement. Als je er eenmaal oog voor krijgt, is de aardkorst een landschap vol metafysische trauma’s, die zich dwars door allerlei goede bedoelingen heen vreten. Misschien is het werken aan die trauma’s wel een effectieve aanpak naast alle aandacht voor de trauma’s ín mens en maatschappij, simpelweg omdat de planeet van een grotere orde is dan de mens. En misschien helpt een meersporenbeleid ons dan wel over de volgende drempel: die naar het Symbioceen[2], een tijdperk, waarin de mens in volstrekte harmonie met de natuur, met alle leven, samenleeft en weer vertrekt zonder blijvende sporen na te laten.

In die spreekkamer bij Joost, voel ik dat nieuwe woorden, nieuwe wegen, nieuwe  beelden hoop geven. Dat als er meer sporen naast elkaar mogen bestaan het verleden niet meer de weg hoeft te versperren voor waar het eigenlijk sinds mensenheugenis om gaat.

 

Zorg goed voor de stad en voor elkaar. Ik woon niet meer in Amsterdam, maar voel daarom misschien des te duidelijker de liefde in die Annakapel. De liefde voor het leven. De liefde, waarin alles wat zin geeft haar oorsprong vindt. De liefde die gevoeld wordt als iemand ruimte maakt om even naast je, even samen, op de drempel te staan.

 


[1] onderzoek door Tracy Balboni e.a., senior physician aan het Dana-Farber/Brigham Women’s Cancer Center enprofessor of radiation oncology aan Harvard Medical School, juli 2022

[2]  Dit woord is bedacht door Glen Albrecht en uitgewerkt in zijn boek Earth Emotions, new words for a new world(2019)